Terug naar Hoofdpagina
'Glaasje
draaien' Verhaal uit Rob van der Wilk's Praktijk
Het verhaal van Karel die als tiener aan glaasje draaien deed.
Daarna werd hij tien jaar achtervolgd door stemmen.
Korte verhalen uit de praktijk uit de bundel ‘Je hoeft niet bang te zijn’ van
Master therapeut Rob van der Wilk.
Glaasje draaien
Karel is 24 jaar. Hij is niet getrouwd, heeft geen vriendin en nauwelijks vrienden. Niet dat hij dat niet zou willen, maar Karel is al meer dan negen jaar contact arm. Op straat durft hij nauwelijks nog te komen, laat staan dat hij uitgaat met een vriend of een kennis. Karel woont nog thuis, zijn grote wens is een leuke vriendin en gezellig samenwonen. Gewoon leven, dingen doen die je graag wil doen: uitgaan, met vakantie, gewoon de stad in, winkelen,dingen kopen. Het is niet dat Karel dat niet wil, maar hij kan niet, sterker nog, hij mag het niet. Karel is bang, doodsbang. Hij heeft nog nooit een werkelijke baan gehad, hij heeft nauwelijks zijn school kunnen afmaken. Zijn ouders kennen zijn probleem en hebben zich de laatste jaren daaraan aangepast, maar zij weten niet meer wat ze voor Karel nog zouden kunnen of moeten doen. Vroeger was Karel een levenslustige jongen, op school deed hij het over het algemeen goed. Hij had vrienden en vriendinnetjes, was ondernemend, altijd met van alles bezig en zat vol vragen. Eén van die vragen was of er leven was na de dood. Karel was geïnteresseerd in magie en had daar verschillende boeken en tijdschriften over. Hij vond het prachtig. ‘Als je toch eens kon toveren,’dacht Karel. Zijn vrienden vond het ook geweldig interessant, maar dachten niet zo door als Karel. Ze snuffelden en lazen wel in de boeken en tijdschriften van Karel, maar ze geloofden eigenlijk niet dat je anderen kon beïnvloeden door sterk geconcentreerd aan ze te denken. Karel was een jongen van 14 jaar en zag het helemaal zitten. Er was niemand die hem tegenhield of hem iets verbood. Zijn ouders hadden nauwelijks in de gaten dat Karel zo gefixeerd bezig was met die materie. Hij was een vrolijke jongen die overal interesse voor toonde, en dat hij op zijn kamer een paar boeken en tijdschriften over bovennatuurlijke zaken had liggen, dat was niet zo bijzonder. Karel had van alles en meestal zat hij toch computerspelletjes te doen. Zijn ouders waren geen gelovige mensen en hechtten nauwelijks waarde aan goden, mythen en sagen. Zij geloofden niet in sprookjes; nou Karel wel. Die vond het prachtig. Hoe spannender hoe beter.

Rob van der Wilk
Geesten oproepen
Op een dag las Karel in een boek dat je geesten kon oproepen door een glaasje te laten draaien. Het is een bepaalde ceremonie, een ritueel dat je gewoon thuis met je vrienden kunt doen. Je schrijft het alfabet, de cijfers van één tot en met negen, en ja en nee op een vel papier. Je knipt ze allemaal uit, legt ze netjes in een kring op tafel, zet een borrelglaasje ondersteboven in het midden en je kunt beginnen. Karel besprak het met vrienden. Geesten oproepen, ze vonden het een geweldig idee. Gewoon overdag spraken ze bij Karel thuis af. Het was ’s middags toen zijn vrienden bij hem kwamen. Karel had alle voorbereidingen getroffen, de letters, cijfers en woordjes klaargelegd, een glaasje in het midden op tafel. Iedereen moest zijn wijsvinger op het voetje van het borrelglaasje leggen. De gordijnen waren goed dicht en een paar kaarsen brandden voor de sfeer. De jongens waren een beetje zenuwachtig, maar Karel zei dat hij alles onder controle had. Zij hoefden nergens bang voor te zijn, het was toch maar een spelletje? Karel zei tegen zijn vrienden dat zij hetzelfde moesten doen. De spanning was te snijden. Ze waren erg nerveus, zelfs bang. Maar Karel had alles onder controle en zij hoefden nergens bang voor te zijn. ‘Geesten, ontvangt U mij?’Vroeg Karel. Er gebeurde niets. Na enige minuten gewacht te hebben, vroeg hij het opnieuw: ‘Geesten ontvangt U mij?’ En jawel, het glaasje begon over de tafel heen te bewegen en schoof naar het woordje ’ja’. Karel en zijn vrienden vonden het prachtig en als het maar even kon, spraken ze bij Karel af om glaasje te draaien. Voor alle aanwezige jongens kwam wel wat ‘door’ . Iedereen had wel een overleden familielid, een favoriete opa of oma. Karel stelde de vragen die met ‘ja’ of ‘nee’ werden beantwoord, of het glaasje wees letters aan die door een van de aanwezige jongens opgeschreven werden. De letters vormden samen woorden of zinnen. Eerst waren de jongens erg enthousiast. Het was nieuw, spannend en je kon vragen wat je maar wilde, je kreeg altijd antwoord. Niemand maakte zich er druk over of het waar of niet waar was. Ze vonden het gewoon spannend en leuk.
Klik hier om te reageren op dit artikel in Rob van der Wilk's gastenboek!
Stemmen
Na verloop van enkele weken kwamen een paar jongens niet meer opdagen en het groepje viel uit elkaar. Niemand maakte zich er druk over. Maar Karel wel. Karel hoorde de laatste tijd rare dingen, vreemde stemmen. Het leek wel alsof die geluiden in zijn hoofd zaten. Zijn ouders hadden van dat alles niets gemerkt, maar Karel durfde tegen niemand iets te zeggen, niet tegen zijn vrienden en ook niet tegen zijn ouders. Hij werd nerveus en bang. Die vreemde geluiden in zijn hoofd kreeg hij niet meer weg. Wat hij ook probeerde te denken, hij stond ermee op en ging ermee naar bed. Hij kon moeilijk in slaap komen en ‘s nachts werd hij regelmatig wakker, in doodsangst. Hij moest dan denken aan geesten en dode mensen, die tijdens het glaasje draaien allemaal waren langsgekomen. ‘Had ik het maar nooit gedaan,’ dacht hij, maar hij durfde het aan niemand te vertellen. Hij kon toch niet zeggen dat hij bang was voor geesten. Iedereen zou hem uitlachen. Geesten bestaan niet, hij schaamde zich, maar was doodsbang geworden. Karel durfde eigenlijk niet meer alleen in huis te zijn. ’s Avonds ging hij met lood in zijn schoenen naar bed. Die vreemde stemmen die hij hoorde in zijn hoofd, gingen tegen hem praten. Wat moest hij toch doen? Hij werd er gek van. ‘Het zijn stemmen van geesten,’ dacht Karel. Hij mocht van die stemmen in zijn hoofd niet meer eten, niet meer drinken. En hij moest mensen kwaad doen. Niet dat hij dat deed, mensen kwaad doen, maar het spookte in zijn hoofd. Op school ging het slecht met Karel, hij kon zich moeilijk concentreren, en had weinig belangstelling voor zijn vrienden. Hij ging zo min mogelijk naar school en kwam nog maar weinig buiten. Karel at en sliep slecht, raakte oververmoeid en was doodsbang voor de stemmen die niet meer verdwenen. Hij kreeg steeds meer griezelige gedachten. Het ging zo ver dat hij ging denken dat hij van een flat moest afspringen. Niet dat hij dat deed, maar hij moest er steeds aan denken. Alles wat hij wel of niet bewust dacht, had uiteindelijk te maken met de dood, met doodgaan of dood zijn.
Karel kon het niet langer meer voor zijn ouders verborgen houden en vertelde hun zijn angsten. Zijn ouders hadden al lang in de gaten dat het niet goed ging met hun zoon. Zij hadden al eerder aan hem gevraagd wat er aan de hand was, maar Karel had steeds ontwijkende antwoorden gegeven waardoor zij veronderstelden dat het wel door de tienertijd kwam. ‘Hij is aan het puberen, dan zijn alle jongens wat tegen de draad in.’ Ze hoopten dat het over zou gaan. Toen Karel uiteindelijk over zijn verborgen angsten aan zijn ouders vertelde, vroegen zij meteen; ‘waarom heb je ons dat niet eerder verteld?’ Waarop Karel zei: ‘Ik mag het tegen niemand zeggen, ook nu mag ik het niet zeggen van die stemmen in mijn hoofd. Maar ik doe het toch.’ Karel is bang, doodsbang. Zijn ouders kennen zijn problemen en weten niet meer wat ze nog voor hem kunnen doen. Toen het zo’n negen jaar geleden allemaal begon, hebben ze alles wat mogelijk was gedaan om Karel te helpen. Elke behandeling, elke therapie die werd voorgeschreven, heeft Karel gevolgd. Maar hij bleef gevangen in zijn angsten en zijn ouders berustten er tenslotte in. Ze probeerden zijn dagelijks leven, het gezinsleven, zo aangenaam mogelijk te laten verlopen.Uiteindelijk was er voor hem niets wat hielp. Karel dacht dat die stemmen in zijn hoofd afkomstig waren van de geesten die hij als puber met zijn vrienden had opgeroepen.
Rob van der Wilk's Helderziende Lijn - Direct contact met de Zuiverste Mediums!
Bel: NL: 0909-8050 BE: 0903-40138
Alles wat verborgen is, is in beginsel spannend en mysterieus. Mensen bezitten nu eenmaal de behoefte om het onbekende te ontdekken. Dat is altijd zo geweest. Ook kinderen, jonge mensen, hebben die behoefte om spannende dingen mee te maken. De ceremonie van glaasje draaien, is zoiets. Het ritueel is spannend.. Misschien denk je: ’Spoken bestaan niet en als ze zouden bestaan, waarom maken ze dan mensen bang.’ Geesten bestaan wel, ze bestaan in het hiernamaals. Er zijn verschillende dimensies, maar de mens is er maar met één werkelijk bekend en vertrouwd en dat is het aardse bestaan. Hoe dan ook, geloof en mystiek is er al zolang er mensen bestaan. De hemel en de hel, engelen en duivels en demonen. Karel had zijn voorbereidende kennis uit boeken en tijdschriften opgedaan. Hij had geen enkel gesprek gehad, met wie dan ook, bijvoorbeeld een ervaringsdeskundige, over wat hij met zijn vrienden van plan was. Karel was nog maar een puber van 14 jaar die absoluut niet wist waar hij mee bezig was. En of je er nu waarde aan hecht of niet, het is maar al te vaak voorgekomen dat onervaren volwassenen en kinderen daardoor in problemen kwamen. Gevolgen daarvan kunnen zijn dat je vreemde geluiden hoort, dat je continu een ongemakkelijk gevoel hebt, het gevoel dat iets of iemand naar je kijkt of dat er iets bij je in de buurt is. Meestal blijft het daarbij. Maar in enkele gevallen neemt het beangstigende gevoel ook andere vormen aan. Je meent dan iets of iemand vanuit je ooghoeken waar te nemen. Dit beangstigende, beklemmende gevoel gaat niet zomaar weg. Karel werd bang, doodsbang.
Klik hier om te reageren op dit artikel in Rob van der Wilk's gastenboek!
Regressietherapie
Karel was bang, doodsbang. Toen ik met intensieve hypno therapie door zijn angst heen keek zag ik een patroon. Een dwangpatroon waardoor Karel niet meer mocht eten, drinken of slapen. Hij dacht dat hij mensen kwaad moest doen. Hij dacht dat hij zichzelf moest doodmaken. Alles wat hij wel of niet bewust dacht, had uiteindelijk te maken met de dood, met doodgaan of dood zijn. Karel dacht dat het kwam door die stemmen die in zijn hoofd zaten. In verhouding tot de hoeveelheid dwanggevoelens en –gedachten die bekend zijn, komt het gelukkig maar zelden voor dat iemand zichzelf of een ander doodt. Dat wil niet zeggen dat het niet voorkomt. Maar deze mensen zijn 24 uur per dag onder behandeling om zichzelf te beschermen.
Met intensieve regressie therapie en begeleiding heeft Karel zijn leven weer terug. Hij volgt een studie die hij altijd al wilde doen, heeft tijdelijk een baan en woont samen met een leuke vriendin. Karel heeft plannen voor de toekomst.

Rob van der Wilk, 1995
Bronvermelding:
‘Je hoeft niet bang te zijn’ Rob van der Wilk
uitgeverij ParaVisie, 1995
ISBN: 90.5639.0023
Klik hier om te reageren op dit artikel in Rob van der Wilk's gastenboek!
Copyright © Rob van der Wilk's Paradidakt
Het auteursrecht op de teksten en merknamen gebruikt in deze publicatie behoren toe aan: Rob van der Wilk's Paradidakt - En zijn auteursrechtelijk beschermd.
Uit deze publicatie mag niets vermenigvuldigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm, opnamen, internet (World Wide Web), of op welke andere wijze ook, hetzij chemisch, electronisch, mechanisch of virtueel.
Klik hier om te reageren op dit artikel in Rob van der Wilk's gastenboek!

























