Terug naar Hoofdpagina
Mijn Allerbeste Vriend
Een kort autobiografisch verhaal door
Rob van der Wilk.

Ik was klaar met mijn avondwerk.
Ik werkte s’avonds van zes tot half negen in een groot kantoorgebouw waar ik meehielp met schoonmaken. Jazeker, ik had een avondkantoor. Er was een schoonmaakploeg en daar hoorde ik bij. Ik vond het echt niet erg. Ik vond het wel leuk, wel stoer en ik verdiende er een leuke cent mee. ach, ik was pas 17 jaar, jong, sterk en energiek. Een spontane jongen die dacht dat het leven voor hem was uitgevonden. Ik had vrienden en ook een beetje een vriendinnetje. Maar vroeger, ja, toen was het anders.
Naast je vriendinnetje op de bank zitten. Haar ouders waren in de kamer, er werd op je gelet. Zodra je even met haar alleen was, probeerde je wat te rommelen. Je had of kreeg verkering, een kusje bij de voordeur als je naar huis ging. Schoorvoetend eens samen naar de bioscoop. Vroeger was het anders. Het leven leek goed voor me te zijn, maar er was 1 ding dat ik niet begreep en dat me verwarde; mijn vader was ziek, heel erg ziek. Dat werd me ook wel verteld, maar ik zag het niet. Ik wist het wel, maar ik verdrong het gewoon.
Half negen, ik was klaar met schoonmaken. Snel sprong ik op mijn fietsje en trapte of mijn leven ervan afhing. Ik moest naar mijn vader, hij wachtte op me. Mijn vader was net uit het ziekenhuis. Mijn oma en mijn tante hadden besloten dat mijn vader bij hun in huis moest komen, want daar konden ze hem goed verzorgen. Nou geweldig toch? Mijn vader was bij mijn oma en mijn tante in huis. Het kon toch eigenlijk niet beter? Als hij dadelijk beter was, dan kwam hij weer thuis en waren we weer samen. Nou, geweldig toch?
Ze hadden me verteld dat mijn vader heel erg ziek was, mijn oma en mijn tante huilden een beetje toen ze dat vertelden. Iedereen probeerde mij iets duidelijk te maken; maar wat ze ook probeerden, ik zag het niet. Ik wilde het niet weten. Ik verdrong het gewoon, maar toch wist ik het. Onbewust had ik het wel begrepen en in mijzelf opgeslagen maar bewust kon ik het niet accepteren. Het ging gewoon niet, en dat verwarde me.
Mijn allerbeste vriend, het liefste dat ik had, raakte ik kwijt.
Volledig doorgezaagd stapte ik het slaapkamertje binnen waar hij in bed lag.
Mijn vader leefde en ademde gewoon. Ik hoorde hem toch ademen? Het was er zacht verlicht, heel vredig en gezellig.
Voor de allerlaatste keer waren wij samen
Wij waren altijd samen, mijn vader en ik.
Op de zondagmiddag gingen wij altijd samen naar de bioscoop, een lekkere knokfilm of een cowboyfilm. Mijn vader vond alles goed, hij viel toch altijd in slaap tijdens de voorstelling. Na de film gingen wij naar huis. We kochten onderweg een paar gegrilde kippen die we dan thuis lekker op aten. Wij hadden het goed, mijn vader en ik. Vaak kon hij s’nachts niet slapen en dan bleef ik ook wakker. Hoewel ik tegen de slaap vocht, zaten wij dan toch weer samen, lekker stil. Wij hadden toch altijd wel iets te bespreken met elkaar. Ik had veel vrienden bij mij in de buurt wonen, maar mijn vader was mijn beste vriend, mijn allerbeste vriend.
Ik legde ook de kaart voor hem; de toekomst voorspellen, dat was toen niet zo vreemd. Mijn oma was een kaartlegster en overtuigd spiritiste. Ze was een helderziende, net als mijn tante. Mijn tante was een trance medium. Zonder dat het bijzonder leek, werd ik daar zijdelings bij betrokken. Kaartleggen was heel gewoon en heel leuk. Zonder enige moeite legde ik de kaart voor mijn vader, gewoon, voor de meest pietluttige dingen. Het maakte niet zoveel uit. Hij vond het prachtig en ik ook. Ik vond alles prachtig wat hij prachtig vond en andersom ook; wij waren het altijd met elkaar eens en alles wat wij samen deden was met elkaar in overeenstemming.
‘Hoe is het nou..? ‘ vroeg ik huilerig. Hij keek me alleen maar liefdevol aan. Er stond een stoel bij het bed, daar ging ik op zitten. Ik hield zijn handen vast, en hij de mijne. Voor de allerlaatste keer waren wij samen, mijn vader en ik.
Hoe lang wij zo gezeten hebben…een kwartier? Een eeuwigheid?
Oma kwam binnen. ‘Kom maar Robbie, laat je vader maar rusten, hij is moe.’
‘Snachts’s, als we naar bed gingen en ik lekker onder de dekens lag, kwam hij altijd even bij me.
‘Welterusten, jongen.’
‘Welterusten, pap.’

Epiloog uit: Zelfhypnose - De verandering
door Rob van der Wilk.
Copyright © Rob van der Wilk's Paradidakt
Het auteursrecht op de teksten en merknamen gebruikt in deze publicatie behoren toe aan: Rob van der Wilk's Paradidakt - En zijn auteursrechtelijk beschermd.
Uit deze publicatie mag niets vermenigvuldigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm, opnamen, internet (World Wide Web), of op welke andere wijze ook, hetzij chemisch, electronisch, mechanisch of virtueel.























