Terug naar Hoofdpagina
Mozes: Zoon van de Nijl
Door Rob van der Wilk

Het emotionele leven van de aartsvader Mozes, de Profeet die de ware God heeft gekend van aangezicht tot aangezicht
Dit is het aangrijpende oudtestamentische verhaal over leven en overleven. De heilige schrift laat zien dat de oude wereld hetzelfde probleem had als de moderne wereld. Het is voor vele landen en volken nog steeds een opgave om naar Gods grondregels te leven. In de moderne tijd zou er van Gods spirituele grondrecht gesproken worden. Er zal een moment in de moderne wereld aanbreken dat alle landen en volken ervan overtuigd zullen zijn dat het universum geregeerd wordt door de ware God;
De ware God die zijn majesteit manifesteert door de van elkaar verschillende cultuurinvloeden. Die naast elkaar in overeenstemming, vrede en liefde leven.
Klik hier om te reageren op dit artikel in Rob van der Wilk's gastenboek!
Het beloofde land
Het was in de oude wereld dat Jacob,de zoon van aartsvader Isaak zijn zonen naar Egypte had gestuurd om graan en goederen te kopen. De oogsten in het land Kanaän waren mislukt, alles was verdroogd. Er heerste hongersnood, mensen en dieren stierven van uitputting. Het was een zware tijd voor Jacob en zijn zonen met hun familie’s. De oude Jacob had verdriet. Hij miste zijn zoon Joseph, waarvan hij dacht dat hij door leeuwen was verscheurd en gedood. De zonen van Jacob gingen Egypte binnen waar voldoende graan was opgeslagen, Bij de voorraadschuren aangekomen zagen zij een krachtige, gespierde en bruingebronsde jongeman. Hij droeg schitterende kleren in de kleuren van het hof van de Farao. De zonen van Jacob begrepen dat ze bij deze Egyptische prins moesten zijn om graan en levensmiddelen te kopen. Toen de broers bij de jonge Egyptische God stonden, schrokken ze. Deze jonge Egyptenaar was hun doodgewaande broer, Joseph! Ook Joseph herkende zijn broers. ‘Schrik niet,’sprak hij, ‘Ik ging naar Egypte om ervoor te zorgen dat jullie de hongersnood in Kanaän zouden overleven.’ Hij lachte zijn prachtige witte tanden bloot. Terwijl hij lachte liet de zon de kleurrijkste edelstenen in zijn kleren schitteren en flonkeren. Joseph was goedgebouwd en aantrekkelijk om te zien en menig jonge Egyptische schoonheid kon aan zijn krachtige oogopslag niet ontkomen. Genesis 39. De broers schaamden zich om wat zij Joseph in het verleden hadden aangedaan en keken elkaar aan. Zij waren jaloers op de jonge, vitale kracht van Joseph. Jacob hield meer van Joseph dan van al zijn andere zonen, Genesis 3,7 Dus de oudere broers bedachten een waardeloos plan en vroegen aan Jacob of Joseph met hun mee kon. Joseph vond het prachtig om met zijn grote belangrijke broers mee te gaan en vroeg aan Jacob of hij met hen mee mocht. Jacob had zijn bedenkingen, en zei tegen Joseph; ‘Je weet toch dat je broers naar Sichem zijn? Ik wil dat je naar hen toegaat.’ ‘Goed’, antwoordde Joseph en ging zijn broers achterna. Hij trof hen in Dotan. Voordat hij in de buurt was, bedachten zij een listig plan om hem uit de weg te ruimen. ‘Laten wij hem vermoorden en in een van de putten gooien.’ Maar toen zijn oudere broer Ruben dat hoorde, probeerde hij Josephs leven te redden. ‘Laten wij hem aan een karavaan verkopen, aan de Ismaëlieten. We moeten hem niet doden, hij is tenslotte onze broer.’ De broers verkochten Joseph voor twintig zilverstukken, De Ismaëlieten namen hem mee naar Egypte. Genesis 37,39. De broers kwamen op Joseph af en sloegen hem bewusteloos. Trokken zijn kleren uit en verscheurde zijn kleren. Zij namen het bloed van een schaap en smeerden de verscheurde kleren van Joseph met het schapenbloed in. De broers pakte het naakte, bewusteloze lichaam van hun broer en gooide hem in een opgedroogde put. ‘Zoals jullie zien heb ik dit doorstaan,’sprak Joseph, ‘en ben naar Egypte gegaan en viel in de gunst van de Farao en werd aangesteld als zijn raadgever en regeer over heel Egypte. Nu sta ik naast de Farao aan het hoofd van Egypte. Leeft vader nog?’vroeg Joseph aan zijn broers. Zij bevestigden dit en vertelde Joseph dat zij de oude Jacob hadden verteld dat hij onderweg door een bergleeuw was overvallen en verscheurd. De broers schaamden zich en vroegen Joseph om vergeving. ‘Het is goed, sprak Joseph, ’Ik wil zo snel mogelijk dat vader hier naar toe komt. Ga zo snel mogelijk naar vader en haal hem hierheen. Ik wil,’ sprak hij overtuigend, ’dat hij en jullie allemaal bij mij hier in Egypte komen wonen. ’Joseph was erg blij dat zijn oude vader nog leefde en dat hij hem binnenkort weer zou zien. ‘Er zal nog vijf jaar hongernood in Kanaän zijn.’ Sprak Joseph. ‘Zo is het voorspeld.’ Toen het bericht van Joseph’s broers bij de Farao bekend werd sprak de Farao tegen Joseph: ‘Zeg tegen je broers dat zij hun vader, hun gezinnen en alles dat belangrijk voor hen is hierheen brengen. Ik zal hen een mooi stuk land geven waar volop te eten is. Waar zij allemaal in vrijheid kunnen leven, werken en wonen.’ De broers verlieten Egypte en kwamen terug bij hun oude vader in Kanaän. Ze vertelde hem het grote nieuws. ‘Joseph leeft nog vader. Hij regeert nu over Egypte.’ Jacob kon het goede nieuws maar moeilijk geloven, maar toen hij de wagens met eten en goederen zag die Joseph had meegegeven uit Egypte leefde hij op en riep: ‘Genoeg, genoeg, Joseph mijn zoon leeft nog. Ik wil hem terug zien voor ik sterf.’ Genesis 37,39. Al snel reisde Jacob met alles wat hij had naar Egypte. Onderweg bracht hij offers voor de God van zijn vader Isaak. Jacob kreeg een visioen waarin God tot het sprak:
‘Jacob’, sprak de Ware God, ‘Ik zal van jouw nakomelingen een groot volk maken. Ik ga met je mee Jacob naar Egypte, en wanneer je sterft zal Joseph je ogen toedrukken.’ Genesis 46,50.
De dood van Joseph
Een grote karavaan van mensen, dieren en dingen kwam met Jacob aan in Egypte. De Farao staat Jacob toe om met zijn familie en gevolg zich in de vruchtbare provincie Gosen te vestigen waar hij zich herenigde met zijn zoon Joseph. De broers waren ontroerd en eerden en respecteerden hun broer Joseph die zich ontplooide tot een koning. Toen de oude vader Jacob overleed, had hij aan zijn lotsbestemming voldaan en mocht in het hemelrijk van zijn vader Isaak blijven in de aanwezigheid van de ware God. Joseph had het goed en Egypte met zijn broers en op een dag sprak hij tegen zijn broers: ‘Wij hebben een goed leven hier in Egypte, wij hebben samen heel wat opgebouwd. Wij zijn welvarend en een van de rijkste afstammelingen van Jacob. Ook ik heb aan mijn lotsbestemming voldaan en binnenkort zal ik tevreden sterven. Luister goed,’ sprak Joseph, ‘Het is voorspeld dat jullie met alles wat jullie zijn Egypte zal verlaten.’ De broers en hun nakomelingen keken elkaar verbaasd aan. Veel van hun kinderen en kleinkinderen waren in het moederland Egypte geboren en leefden een heerlijk leven met elkaar. ‘Toch zullen jullie Egypte verlaten en naar het Jordaanland gaan. Dat door de ware God aan de aartsvaders Abraham, Isaak en Jacob is beloofd. Jullie zullen een nieuw land krijgen. Jullie vaderland. En als het zover is, neem mijn lichaam dan mee naar het beloofde land.’ Joseph overleed in Egypte toen hij honderd en tien jaar oud was. Joseph werd gebalsemd en in een kist gelegd. Genesis 50. De nakomelingen van Jacob kregen veel kinderen en kleinkinderen. Zij waren sterk, talrijk en vitaal en al gauw bevolkten zij het hele land Egypte. Er was reeds lang een nieuwe Farao aan de macht in Egypte die nog nooit van Jacob, Joseph en zijn vriendschappelijke relatie met de vorige Farao had gehoord en zich ergerde en irriteerde aan de talloze nakomelingen. Die Hebreeërs die belangrijke posities bekleedden in Egypte en veel land, geld en goederen bezaten en beheerden. Ze waren zo talrijk dat zij een bedreiging voor Egypte vormden, Exodus 1,2, vond de Farao. De Egyptenaren waren bang dat de Hebreeërs hen zouden overheersen en stelden opzichters aan die de nakomelingen van Jacob en Joseph kort moesten houden. De sfeer in Egypte veranderde en de Hebreeërs werden door de talloze opzichters mishandeld, als slaven moesten zij voor de Egyptenaren werken en hun rijkdommen werden hen ontnomen. Toen gaf de wrede Farao het bevel aan de Egyptische vroedvrouwen die de Hebreeuwse vrouwen bijstonden tijdens een bevalling om elk pas geboren Hebreeuws jongetje te smoren. Dit ging de vroedvrouwen te ver en zij weigerden dit te doen. De Farao was niet voor rede vatbaar en gaf zijn leger het bevel: ‘Gooi alle Hebreeuwse jongetjes in de Nijl, maar laat de meisjes leven.’ Exodus 1,2.
Klik hier om te reageren op dit artikel in Rob van der Wilk's gastenboek!
Zoon van de Nijl
Een jonge, knappe Hebreeuwse vrouw bracht een mooi jongetje ter wereld die zij voor de Egyptenaren verborgen hield. Zij hield van haar baby maar hoelang zou het nog duren voordat zij ontdekt werd en de soldaten haar baby in de Nijl zouden verdrinken? Ze bedacht een plan. De jonge moeder vlocht een mandje van papyrus en legde haar baby erin. Zij wist dat de Farao’s dochter regelmatig in de Nijl baadde en verborg het mandje met de kleine baby tussen het riet langs de Nijl waar de prinses kwam baden.
De jonge moeder vlocht een mandje van papyrus en legde haar baby erin
Enige tijd later kwam de prinses om te baden in de Nijl. Haar slavinnen gingen met haar mee, Zij liepen langs de oever van de Nijl en vonden het mandje met de kleine baby. Het mandje was afgedekt. Farao’s dochter deed het mandje open en toen ze het schattige jongetje zag was zij vertederd. Je kon zien dat het een Hebreeuws jongetje was. ‘Ik houd dit jongetje als mijn eigen kind.’ Exodus 2. Sprak zij tot haar slavinnen. ‘Haal de moeder op van het baby’tje die hier ergens in de buurt moet zijn. Zij zal mijn zoontje moeten minnen.’ De prinses was verrukt van het kleine ventje en noemde hem Mozes wat de geredde betekent. Mozes groeide op als een Egyptische prins en hield veel van zijn Egyptische moeder die hem de waarheid had verteld over het hoe en waarom hij als baby te vondeling was gelegd. Mozes was jong, sterk en knap om te zien. Hij droeg de mooiste kleren en genoot van alles wat het Egyptische leven een jonge prins te bieden had. Hij wist dat hij Hebreeuws was van geboorte maar voelde zich een Egyptenaar. Hij wist dat de Hebreeuwse mannen en vrouwen als slaven door de Egyptenaren gebruikt werden. De jonge Mozes zat er niet mee. Er waren veel slaven van allerlei afkomst daar kon hij geen rekening mee houden. Tot hij er op een dag getuige was dat een Hebreeër door een Egyptenaar werd afgebeuld. Hij kon dit zo vlak voor zijn ogen niet aanzien en zijn Hebreeuws bloed werd in hem wakker. Mozes verloor zijn geduld, pakte de Egyptenaar en sloeg hem dood. Exodus 2.
Mozes verloor zijn geduld, pakte de Egyptenaar en sloeg hem dood. Exodus 2
Mozes voelde geen schuld of berouw. Hij wist nu wie hij was. Mozes was niet politiek geëngageerd, het beviel hem gewoon simpelweg niet meer zoals de situatie in Egypte zich had ontwikkeld. Hij verliet Egypte en ging naar Midjan, waar hij bij een bron uitrustte en wat verkoeling zocht. Tot zijn verbazing en plezier waren daar zeven beeldschone jonge vrouwen bezig om hun dieren water te geven. Het waren de dochters van Jethro, de priester en rechter van Midjan.
Rabbi Chaim Richman over 'Jethro' en wat hij duidelijk maakte aan Mozes:
''Alle culturen kunnen verenigd zijn onder de enige ware God''
De meisjes wilden de drinkbakken van hun dieren vullen maar een paar jongens die daar rondhingen lieten de meisjes niet bij de bron. Mozes stond op en ging naar de jongens toe die schrokken van zijn aanvallende houding en holden weg.
‘Ga snel terug naar de bron,’ sprak Jethro, ‘en haal hem hierheen.’
De jonge knappe Mozes zag er fantastisch uit. Hij droeg zijn prachtige Egyptische kleding en maakte een diepe indruk op de dochters van Jethro. Mozes lachte tegen hen en gaf hun dieren te drinken. De meisjes bedankte hem en gingen wat verlegen naar huis, onder de indruk van de jonge Egyptenaar. Toen de meisjes thuiskwamen vroeg hun vader; ‘ Wat zijn jullie vroeg klaar.’ ’Een jonge Egyptenaar hielp ons toen wij werden lastig gevallen door een paar vervelende jongens,’ vertelde de meisjes aan hun vader. ‘Ga snel terug naar de bron,’ sprak Jethro, ‘en haal hem hierheen.’ Jethro raakte erg gesteld op Mozes, de jonge krachtige Egyptenaar met Hebreeuws bloed in zijn aderen en vroeg aan hem of hij voor hem wilde werken en bood hem een goed leven aan. Mozes was dankbaar en had respect voor Jethro en stemde toe. Hij bleef. De dochters van Jethro vonden het prachtig dat Mozes bleef. Jethro zag dat zijn dochters gek waren op Mozes en in het bijzonder zijn prachtige dochter Sippora. Jethro sprak met Sippora waarna hij plechtig naar Mozes ging en gaf Mozes zijn dochter Sippora ten huwelijk.
Klik hier om te reageren op dit artikel in Rob van der Wilk's gastenboek!
Zoektocht naar het oneindige geluk
Mozes en Sippora hadden het fijn samen. Sippora was stapelverliefd op hem en verwende Mozes met alles wat denkbaar is. Mozes hoedde de kudde dieren van zijn schoonvader Jethro en ging wat dieper het berggebied in. Hij had dit nog niet eerder gedaan, er waren bergleeuwen en als die lucht kregen van het vee dat hij hoedde, kon het behoorlijk gevaarlijk worden Maar zijn gevoel vertelde hem dat hij dieper het woestijngebied moest in gaan. Tot hij aankwam met zijn kudde bij de heilige berg Horeb. Het was daar prachtig veel groen en schitterende veldbloemen. Mozes vroeg zichzelf af waarom hij hier niet eerder naar toe was gegaan. Het viel hem op dat het licht op de heilige berg anders was. Alsof er onweer in de lucht zat. Waardoor er een warme, gouden gloed over de berg scheen. Mozes was onder de indruk van de serene omgeving. Zijn vee graasde rustig en konden drinken uit een heldere bron die uit de berg opborrelde. Plotseling viel hem iets vreemds op bij een groep prachtig bloeiende braamstruiken. Hij liep er naartoe en zag tot zijn verbazing dat een braamstruik spontaan in brand was. Mozes zag de vlammen en voelde de warmte van het vuur, maar de braamstruik verkoolde niet. Al de takken, blaadjes en bloemen bleven ongedeerd. Mozes begreep er niets van, ‘waarom verbrand die struik niet?’ Exodus 2.3. Hij ging dichterbij om het brandende vuur aan te raken. Hij wilde het voelen, misschien verbeelde hij het, en was het die bijzondere lichtval die op de heilige berg scheen. Op het moment dat hij de struik wilde aanraken, hoorde hij een krachtige stem die sprak: ‘Mozes?’ ‘Ja?’ antwoordde hij verrast. ‘Kom niet dichterbij Mozes,’sprak de stem ‘en doe je sandalen uit. Je bevindt je op heilige grond. Luister naar mij Mozes, Ik ben de God van jouw voorvaders en ik heb gezien hoe ellendig de nakomelingen van Abraham, Isaak en Jacob in Egypte er aan toe zijn. Mozes, ik hoor ze schreeuwen van angst, pijn en uitputting. Ik luister naar hun gebeden om van hun dominante overheerser verlost te worden. Ik weet wat mijn volk moet doorstaan en ben gekomen om ze te bevrijden. Luister Mozes,’vervolgde God, ‘ik haal mijn volk uit Egypte vandaan en breng hen naar een vruchtbaar en uitgestrekt land, dat overvloeit van melk en honing. Jij, Mozes bent mijn man die mijn volk, dat als slaven in Egypte moet leven en werken onder de meest erbarmelijke omstandigheden uit Egypte moet gaan halen. Ik stuur je naar de wrede Farao en haal jouw volksgenoten, de Israëlieten, weg uit Egypte en jij brengt hen naar het gebied waar nu de kanaänieten, de Hethieten, amorieten en Perizieten Chiwwieten en Jebusieten wonen. De Israëlieten zullen van dit land deel uitmaken.’ Mozes was geheel overdonderd, nerveus en gespannen en vroeg: ‘Hoe moet ik dat doen, hoe moet ik hen uit Egypte weghalen?’ sprak Mozes wanhopig. ‘Ik zal er zijn Mozes, ik ben bij je. Jij gaat het volk uit Egypte halen daarna zullen jullie mij op deze heilige berg treffen.’ ‘Maar’, bracht Mozes hier tegenin, ‘als ik bij de Israëlieten aankom en ik zeg; De God van jullie voorvaderen heeft mij gestuurd. En zei vragen hoe heet die God van jou, wat moet ik dan antwoorden?’ Het gouden licht dat op de heilige berg scheen, flikkerde fel, waarna de Goddelijke stem sprak;
Ik ben degene die er altijd is.’ Exodus 3.
‘Je moet Mozes, tegen de Israëlieten zeggen:’Luister, ik ben hier, en hij heeft mij naar jullie gestuurd. Hij is de God van jullie voorvaderen. De God van Abraham, Isaak en Jacob en de benaming God zal voor eeuwig mijn naam zijn en daarmee zullen alle komende generaties mij aanspreken. Mozes, ga naar Egypte en roep de Hebreeuwse Rabbijnen bij elkaar en zeg hun dat ik aan jou ben verschenen en dat hij heeft gezegd dat hij zich jullie lot aantrekt. En dat ik heb besloten jullie uit de ellende weg te halen om jullie naar het land van melk en honing te brengen.’
‘Mozes,’ sprak God, ‘ wat heb je daar bij je Mozes?’ ‘Een staf,’ zei Mozes, ‘om het vee bij elkaar te houden en het is een steun als je de hele dag moet staan en lopen.’ ‘Gooi die staf eens op de grond.’ Mozes pakte zijn staf die hij altijd bij zich had, en gooide hem op de grond. Toen zijn staf de grond raakte, veranderde de herdersstaf in een levende slang. ‘Pak de slang op Mozes,’sprak God. Mozes pakte de slang beet die zich weer omvormde in zijn staf. ‘Laat dit aan jouw volk zien. Hierdoor zullen ze wel geloven dat ik jou gestuurd heb. Steek je hand in je mantel.’ Sprak God. Mozes deed dit en haalde zijn hand weer onder zijn mantel vandaan. Hij schrok. Zijn hand was wit als sneeuw. ‘Doe je hand maar weer terug in je mantel, Mozes,’ sprak God. Hij deed het en zijn hand zag er weer gewoon uit. ‘Luister Mozes als de Israëlieten je niet willen geloven, haal dan wat water uit de Nijl, sprenkel dat op de grond en het zal in bloed veranderen.’ Mozes was onder de indruk, maar probeerde er toch nog onderuit te komen. ‘Waarom zou ik terug willen naar Egypte,’ dacht hij. ‘Ik ben blij dat ik daar weg ben. Ik heb het fijn hier in Midjan, en ik hou veel van Sippora. Waarom moet ik naar Egypte terug om de Israëlieten ervan te overtuigen dat de God van hun voorvaderen hun wil redden. Wie zal dit geloven?’ Mozes zei tot God: ‘Neem me niet kwalijk maar ik ben niet zo welbespraakt. ‘God raakte geïrriteerd en antwoordde: ‘Wie heeft jou een mond gegeven, Mozes, en wie zorgt er voor dat jij kunt zien, Dat ben ik Mozes. Je gaat naar Egypte en ik zal je helpen bij de komende onderhandelingen en zal de woorden in je mond leggen. ‘Je broer AÄon is al naar je onderweg, hij is welbespraakt en zal blij zijn om je te zien. Hij zal aan je kant staan om je te helpen jullie volksgenoten uit Egypte te halen. Ik zal jou en Aäron uitleggen wat je moet doen, en Aäron zal namens jou het volk toespreken. Hij is jouw woordvoerder, jij Mozes, bent voor hem een God. En neem je staf mee naar Egypte, daar moet jij je wonderen mee verrichten.’ Exodus 4.
Mijn oudste zoon
Mozes ging terug naar Jethro en vertelde wat er bij de heilige berg was gebeurd en vroeg aan hem toestemming om naar Egypte te gaan. ‘Ga in vrede Mozes’, sprak Jethro. Mozes haalde Sippora die hij alles uitlegde en met hem mee zou gaan met hun twee zoons die zij inmiddels gekregen hadden. Hij pakte wat spullen die hij op reis nodig had, laadde het op zijn dieren en ging op weg naar Egypte. God bleef aan zijn zijde, en zei tegen hem: ‘Je zal wonderen voor de farao moeten verrichten, maar hij zal het volk niet laten gaan, Mozes. Zeg dan tegen de Farao:
‘Israël is de oudste zoon van god en hij heeft gevraagd zijn zoon te laten vertrekken, maar als je weigert, om hem te laten vertrekken, zal ik jouw oudste zoon doden.’ Exodus 4,5.
Onderweg ontmoette Mozes zijn oudere broer Aäron en beiden waren blij elkaar te zien. Mozes legde hem alles uit en Aäron herhaalde woord voor woord wat God tegen Mozes had gezegd. Mozes liet hem de wonderen zien. Het volk geloofde de Twee broers en knielde voor Mozes en Aaron om hun respect aan die twee te tonen. Mozes en Aäron gingen naar het paleis van de Farao waar zij om de beurt het woord namen. ‘De God van de Israëlieten zegt dat jij mijn volk moet laten gaan, Farao’, sprak Mozes. ‘Wie is die god dan wel?’zei de Farao. ‘Waarom zou ik de Israëlieten laten gaan? Ik ken die God niet, en zal jouw volk niet laten vertrekken.’ ‘Farao, De God van de Hebreeërs wil zijn volk vrij, doe je dat niet dan zal hij je straffen met oorlog en ziektes.’ Sprak Mozes. De Farao werd kwaad en zei:’Dat volk van jullie is al groter dan de Egyptenaren zelf, Ik laat ze niet gaan.’De Farao gaf dezelfde dag nog zijn slavendrijvers het bevel: ‘Geef die Hebreeërs geen ogenblik meer rust, dan hebben ze ook geen tijd om die onzin van die twee broers aan te horen.’ De slavendrijver beulden de Israëlieten af, zij klaagden bij Mozes en Aäron; ‘sinds jullie bemoeienis moeten wij steeds zwaarder en harder werken.’ Mozes werd kwaad en richtte zich tot God om zich te beklagen. God sprak: ‘Ik zal hard tegen de Farao optreden Mozes, hij zal mijn volk laten gaan.’
‘Nu zal je zien Mozes wat ik met die Farao ga doen. Ik zal hard tegen hem optreden en hij zal zelfs geen andere uitweg zien dan mijn volk uit zijn land weg te jagen.’ Exodus 5,6,11,
Mozes en Aäron
Omdat de Farao niet wil toegeven geeft God Mozes en Aäron de opdracht om hun macht aan de Farao te tonen. Egypte wordt geconfronteerd met negen rampen met als doel dat de Farao van mening zal veranderen..
1 Het drinkwater verandert in bloed
2 Het hele land is bezaaid met kikkers
3 Het stof in het hele land verandert in muggen
4 Het land wordt geplaagd door steekvliegen
5 De veepest breekt in het hele land uit
6 Mensen en dieren in heel het land worden ziek en krijgen zweren.
7 Hagelstormen vernietigen de oogsten in heel het land
8 Sprinkhanen vreten de rest van de oogst op
9 Het is drie dagen donker in heel Egypte
De Farao overweegt of hij Mozes met zijn volk zal laten gaan, hij twijfelt en uiteindelijk laat hij niemand vertrekken uit Egypte.
Laat mijn volk gaan
Mozes en Aäron probeerden alles om de Farao te overtuigen, maar de Farao bleef stug en liet niemand gaan. Toen sprak God door Mozes: ‘Tegen middernacht zal ik door heel Egypte trekken. Dan zal iedere oudste zoon in heel het land sterven, de zoon van de Farao of de zoon van de slavin, allemaal zullen zij sterven. Ook laat God,’sprak Mozes tot de Farao, ‘al het eerstgeboren vee sterven. Egypte zal hart huilen zo luid als men nog nooit heeft gehoord. Van mijn volk,’ sprak Mozes uit Gods naam,. ‘Zal er geen haar worden gekrenkt. Zelfs geen hond zal tegen ze blaffen. Nu zul je inzien, dat God onderscheid maakt tussen Egyptenaren en Israëlieten.’
De wraak van God
‘Luister Mozes en Aäron, laat iedere man van een huisgezin een mannelijk schaap of geit nemen zonder enig gebrek. Laat iedereen met het bloed de deurposten en de bovenbalk van de deur insmeren, braad het vlees en eet het met elkaar op. Zorg ervoor dat iedereen klaar staat om te vertrekken.’ Mozes riep de Rabbijnen bij elkaar en verteld wat God gezegd had. ‘Onthoud dit en geef het door aan de kinderen in het beloofde land.Dat dit Paas offer ter ere van God elk jaar zal worden gevierd. Omdat hij jullie allemaal heeft gered uit de wellustige klauwen van de Egyptische Farao.’ Diezelfde nacht schrok heel Egypte wakker, overal klonk gehuil en er was groot verdriet. Elk gezin in heel Egypte was zijn oudste zoon kwijt. ‘Verdwijn uit mijn land,’ brulde de Farao en ga die god van jullie vereren.’ Exodus 12. Mozes sprak zijn volk toe en vertelde dat alle Israëlieten in Gods naam naar hun Egyptische buren moesten gaan. De relatie tussen de mensen onderling was altijd goed geweest. De Israëlieten moesten aan hun Egyptische buren al hun zilveren en gouden sierraden en om al hun kleren vragen. Zij voldeden aan dit verzoek en Egypte verloor niet alleen hun eerstgeboren zoon, maar ook al hun geld, goud, zilver en goederen. Met ruim een miljoen mensen waar zich ook vreemdelingen bij hadden aangesloten, vertrokken zij uit Egypte. Zij hadden een omvangrijke veestapel, veel voedsel, geld, goud en goederen, goed bewapend vertrok Mozes door de woestijn naar de dode zee.
De Farao
‘Hoe heb ik ze ooit kunnen laten gaan.’ brulde de Farao woedend. Hij liet zijn strijdwagen aanspannen en nam zeshonderd van zijn best bemande strijdwagens mee om de Israëlieten tegen te houden en hen en hun schatten mee terug te nemen naar Egypte. Het volk van Mozes kreeg dit te horen en zeiden kwaad tegen Mozes en Aäron: ‘Je kunt beter slaaf zijn in Egypte dan sterven in de woestijn. Exodus 14. ‘Wees niet bang ,’ antwoordde Mozes. ‘God zal voor jullie strijden.’Het was nacht voor de Egyptenaren en het was licht voor de Israëlieten. God sprak tegen Mozes: ‘Pak je staf en strek je arm uit over de zee.’ De zee werd terug getrokken viel droog. Links en rechts van de Israëlieten rees het zeewater als een muur omhoog. De Egyptenaren achtervolgde hun door de drooggevallen zee, maar toen Mozes aan de overkant was aangekomen strekte hij opnieuw zijn arm en staf uit over de zee en tegen de morgen stroomde de zee terug naar haar vaste plaats. De strijdwagens van de Farao werden overspoeld en niemand bleef gespaard.
De strijdwagens van de Farao werden overspoeld en niemand bleef gespaard
Tien geboden
Mozes trok met zijn volk de Sinaï woestijn in en sloegen hun kamp op aan de voet van de berg Sinaï, God liet Mozes de berg beklimmen om de tien geboden in ontvangst nemen. Waar het volk naar moest leven. Ook dit leverde Mozes vele moeilijkheden die zijn volk veroorzaakte. Uiteindelijk lukte het Mozes om zijn volk te laten leven naar de tien geboden.
De Stenen Tafelen
_
-Ik ben de Heer uw God
-U zal geen beelden maken van enig wezen in de hemel
-U zal de naam van de Heer uw god niet lichtzinnig gebruiken
-Denk aan de Sabbath die moet voor U heilig zijn
-Eer uw vader en uw moeder
-U zal niet doden
-U zal geen echtbreuk plegen
-U zal niet stelen
-U zal niet vals getuigen tegen uw naaste
-U zal niet begeren wat van uw naaste is
-
God had nog enkele regels die Mozes de Israëlieten moest vertellen
Oog om oog en tand om tand
Een leven voor een leven,een oog voor een oog, een tand voor een tand, een hand voor een hand,een voet voor een voet, en brandwond voor een brandwond, een open wond voor een open wond en een buil voor een buil. Exodus 21,22
Mozes werd zwaar op de proef gesteld om zijn volk voor God te verdedigen, want hij was het meer dan zat. ‘Wat heb ik niet allemaal voor ze gedaan, Mozes. Ik zal ze met de pest treffen en van de aarde wegvagen.’sprak God. ‘en jij Mozes, zal de stamvader zijn van een volk dat groter en sterker is dan dit.’ Mozes schrok en sprak:’Vergeef dit volk zijn schuld, zoals u in uw goedheid steeds hebt gedaan sinds het vertrek uit Egypte.’ Mozes vervolgde: ‘U hebt zelf gezegd;’ik ben geduldig en liefdevol, ik vergeef zonden en misdaden.’ ‘Goed Mozes’, antwoordde God. ‘Ik zal hen vergeven, maar omdat zij mij veracht hebben zal niemand van hen het land van melk en honing te zien krijgen. Niemand van twintig jaar en ouder zal het beloofde land ingaan, en hoewel ik het jullie heb beloofd, zal je er niet wonen. Jullie en jullie kinderen zullen veertig jaar lang in de woestijn rondzwerven en zo de gevolgen van jullie ontrouw ondervinden.’ Numeri 14. ‘Tot jullie allemaal gestorven zijn.’
‘Neem Aäron en zijn zoon Eleazar met je mee de berg Hor op. Laat Aäron daar zijn priesterkleren uitdoen en jij Mozes geeft de heilige priesterkleding over aan Eleazar en laat hem de kleren aantrekken.’ Aäron stierf op de berg en het volk rouwde dertig dagen om hem. Numeri 20,21.
Het beloofde land
De tijd ging voorbij. Mozes sprak het volk toe. ‘Luister, Israel, onze God houdt van iedereen met hart en ziel, maar houd je aan de grondregels die God ons gegeven heeft. Zoals God jullie voorouders heeft beloofd, zal hij jullie dat beloofde land geven. Er zullen prachtige steden zijn, rijk ingerichte huizen, er zijn waterbakken uitgehakt, wijngaarden en olijfgaarden. Je hoeft er niets voor te doen, je hoeft niet te bouwen, niet te hakken of te planten. Geniet van jullie welvaart maar verlies God niet uit het oog.’ Deutoronium 6. ‘Doe wat hij van je vraagt dan zal het je goed gaan.’ En Mozes zette zijn toespraak tot het volk van Israël voort: ‘Ik ben nu honderd en twintig jaar en te oud om mijn taak nog goed te kunnen vervullen. Bovendien heeft hij mij verboden het beloofde land binnen te gaan. ‘Mozes riep Jozua, de zoon van Nun naar voren en vertelde hem in het bijzijn van alle Israëlieten: ‘Jozua, wees vastberaden en moedig, jij zal dit volk het beloofde land binnenbrengen. God zelf zal naast je staan. ‘ Mozes legde Jozua de handen op en gaf hem Gods zegen. Deuteronoium 31,34. Jozua was vervuld van wijsheid en trok met het volk de Jordaan over, het land van melk en honing binnen. Bij de stad Jericho aangekomen stonden ze voor hoge muren. Jozua zal de stad veroveren en bedenkt een plan. Hij sprak tegen het volk: ‘Trek om de stad heen en blaas op jullie hoorns.’ Dit deden zij zes dagen lang. Niemand mocht van Jozua met elkaar praten. Er klonk geen ander geluid dan het voortdurende hoorngeschal. Op de zevende dag sprak Jozua tegen zijn volk:’Schreeuw, God geeft je nu de stad Jericho in handen.’ Jozua 6. Zij schreeuwden en bliezen massaal op hun hoorns. Toen stortte de stadsmuur in en zij veroverden Jericho. Zo gaf God de Israëlieten het beloofde land, zoals hij het hun voorvaders had beloofd. Ze namen het in bezit en vestigden zich er. God gaf hen veilige grenzen. Geen van hun vijanden kon het meer tegen hen opnemen. Alles wat God het volk van Israël had beloofd is in vervulling gegaan. Jozua 6,21.
Klik hier om te reageren op dit artikel in Rob van der Wilk's gastenboek!
De dood van Mozes
Mozes de wetgever had zijn eindeloze taak vervuld en samen met zijn broer Aäron de regels die God hun had gegeven neergeschreven in de Thora, de vijf heilige boeken van Mozes. Zijn taak zat erop. En God beklom met Mozes het Nebo gebergte. Zij gingen naar een van de toppen, dat ter hoogte van Jericho ligt. Vandaar liet God hem het hele land zien. Gilead tot Dan, het hele gebied van Naftali; het gebied van Efraïm en Manasse. Het gebied van Juda tot aan de Middellandse zee. De Negebwoestijn en het Jordaandal, grenzend aan de palmstad Jericho tot aan Zoar. ‘Dit is nu het land Mozes.’ Zei God, ‘dat jouw nakomelingen van mij krijgen.’ Mozes stierf daar op de berg als dienaar van God en werd in het dal van het gebergte begraven. Deutronomium 31, 34. Toen Mozes, Gods dienaar,stierf was zijn gezichtsvermogen niet verzwakt en zijn levenskracht niet verminderd. Mozes werd honderd en twintig jaar, toen hij stierf nam God zijn dierbare vriend Mozes in zijn armen en nam hem mee naar zijn eeuwigheid.
AMEN
Mozes de Profeet
In Israël is nooit meer een profeet geweest als Mozes, niemand met wie God zo vertrouwelijk omging. God heeft niemand zulke machtige daden en wonderen laten verrichten als Mozes in zijn strijd tegen de Farao van Egypte. Tegen zijn hof en tegen zijn volk. Niemand is voor de ogen van heel Israël zo krachtig en indrukwekkend opgetreden. Deuteronomium 34.

Rob van der Wilk
30 september 2005
Klik hier om te reageren op dit artikel in Rob van der Wilk's gastenboek!
Episode uit:
Kabbala Light, mystieke leer in het dagelijks leven
Door: Rob van der Wilk
Copyright © Rob van der Wilk / Uitgeverij Tattwa 2006
Eerste druk: 2006
Bronvermelding:
Groot Nieuwsbijbel
Nederlands Bijbegenootschap, Haarlem
Geïllustreerde Bijbel Readers Digest
Copyright © Rob van der Wilk's Paradidakt
Het auteursrecht op de teksten en merknamen gebruikt in deze publicatie behoren tot aan: Rob van der Wilk's Paradidakt - En zijn auteursrechtelijk beschermd.
Uit deze publicatie mag niets vermenigvuldigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm, opnamen, internet (World Wide Web), of op welke andere wijze ook, hetzij chemisch, electronisch, mechanisch of virtueel.
Klik hier om te reageren op dit artikel in Rob van der Wilk's gastenboek!






















