''Ik garandeer je de Beste Kwaliteit!''

Welkom, 

Op deze website staat een overzicht van de spirituele specialisten die ik zelf voor jou geselecteerd heb. Allen helderziend, mediamiek of esoterisch getalenteerd. Ze maken gebruik van verschillende orakels zoals Tarot-, Lenormand- of Engelenkaarten. Sommigen hebben kennis van astrologie of leggen contact met gene zijde.

Bij Rob van der Wilk's Helderziendelijn bel je helemaal anoniem. De gesprekken worden niet opgenomen.

Je hoeft niet meer op zoek naar integere Helderziende Mediums,  je kunt ze vinden bij mij op de Helderziende Lijn.
Ik heb de beste Helderziendes en Mediums speciaal voor jou geselecteerd.

Voor een betrouwbaar antwoord op levensvragen, spiritueel advies of een luisterend oor, kun je bij deze spirituele specialisten terecht.
 

Kies voor Jezelf, kies voor de Helderziende Lijn!

Licht en Liefde,

 Rob van der Wilk's Helderziende Lijn
Direct contact met de betrouwbaarste Mediums!

NL:0909-8050
BE: 0903-40138



 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Medium, Helderziende, Paralijn, Paragnost, Medium angel, Helderzienden online, astrolijn, Tarot,
kaartleggen, Spirituele bellijn, Paranormaal, Helderziendheid, Waarzegster, Toekomstvoorspellen,
Voorspellingen, Online kaartleggen, Betrouwbaar medium

 

Terug naar Hoofdpagina
SCHEMERGEBIED

 

Verhaal uit Rob van der Wilk's praktijk
 

Een beklemmend verhaal over Annemarie die stemmen in haar hoofd hoorde die tegen haar spraken. Annemarie verloor de lust om te leven en de gedachte aan de dood werd steeds aantrekkelijker.

 
Verhalen uit de praktijk uit de bundel ‘Je hoeft niet bang te zijn’ van master therapeut Rob van der Wilk

 
 




Nederland is in oorlog met Duitsland. Het is een zware tijd, een tijd van armoede, verdriet en pijn. Nederland lijdt. Maar, niet iedereen lijdt onder het juk van de Duitse bezetting. Hans is drieënvijftig jaar, leeft in een eenvoudige maar keurige woning met zijn vrouw Gerda en hun zoon Hans junior. Hans senior is een precies man: een man die van orde, regelmaat en gezag houdt. De discipline die door de Duitse overheersing in bezet Nederland gepredikt wordt, spreekt hem aan. Hans heeft zich met volle overtuiging bij hen aangesloten.Hij is een volwaardig lid van de Nationaal Socialistische Bond. Hans junior volgt vanzelfsprekend het voorbeeld van zijn vader, ook hij is lid van de partij. Vader en zoon genieten van hun bevoorrechte positie: het gezin heeft goed te eten, de kachel brandt en aan kleding en schoeisel hebben ze geen gebrek. In de buurt waar ze wonen, zijn ze niet geliefd, maar dat deert Hans niet. Hans en zijn zoon maken zich klaar voor hun dagelijkse ronde door de buurt. Hij heeft de plicht op zich genomen om de orde te handhaven en gaat samen met zijn zoon met opgeheven hoofd de straat op. Buiten is het heerlijk Hollands herfstweer. Hans geniet met volle teugen en wandelt stevig met zijn zoon verder. In een flits springen links van hem twee mannen uit een portiek, allebei een pistool in de hand. Hans is verlamd van schrik. De angst slaat hem om het hart. Hij ziet het gevaar voor zich en grijpt de hand van zijn zoon die lijkbleek ziet van angst. Hans wil gillen, schreeuwen, wegrennen maar alles gebeurt zo snel, dat hij van spanning en angst in zijn broek plast. ‘Hier ploert!’, zegt één van de mannen, van wie de stem hem bekend in de oren klinkt. Voor een moment is er een gevoel wanhoop. Maar, Hans realiseert zich dat hij en zijn zoon doodgeschoten worden. ‘Vuile etterbak!’Hoort Hans de man voor hem zeggen terwijl hij in de loop van een pistool kijkt. Tegelijkertijd knalt het oorverdovend om hem heen. Hans ziet zijn zoon bloedend en rochelende geluiden makend met kapotgeschoten keel naast zich in elkaar zakken. ‘Schoften!’, schreeuwt hij uit. ‘Mijn jongen is pas vierentwintig jaar!’De starheid van zijn angst is doorbroken. ‘Weg!’, schreeuwt het in Hans, ‘Ik moet weg!’Luide knallen smoren zijn angstkreten. Hij voelt helse pijnen in zijn rechterheup en maag; alsof zijn lichaam van binnen in brand is gestoken. Razend van pijn valt hij op de stoep en ziet het dodelijk getroffen lichaam van zijn zoon liggen. Hans maait wild om met zijn armen in de lucht. In een laatste poging zichzelf te redden kijkt hij zijn belagers in de ogen. ‘Help’, brengt hij smekend uit, ‘help me.’Er wordt opnieuw geschoten. Vuur, rook en pijn doorboren de rechterkant van zijn hoofd en gezicht. Gillend van angst en pijn valt Hans dodelijk getroffen boven op het lichaam van zijn zoon. De executie duurde niet langer dan een tiental seconden. Een executie die uitgevoerd werd door het toenmalige verzet.

Moeizaam kom Hans overeind. De rechterkant van zijn lichaam is verlamd. Hij ziet zijn zoon voor zich staan. Hans junior kijkt zijn vader met treurige ogen aan. ‘We leven nog!’Maar, zijn zoon schudt zijn hoofd. Hans begrijpt er niets van en kijkt om zich heen. Hij ziet dikke mistflarden. Het is grauw en schemerig. Hans hoort vage geluiden maar ziet niets. ‘Waar zijn we?’, vraagt Hans aan zijn zoon. Dan herinnert hij zich dat zijn zoon door zijn keel is geschoten. ‘Dit kan toch niet waar zijn’, denkt Hans.’Dit bestaat niet, dit is een droom.’Hans kijkt naar zijn lichaam. De rechterkant is totaal verlamd.
 


 

Hij sleept met zijn been. Zijn hele lichaam voelt koud en klam aan. Hans realiseert zich met een schok dat hij en zijn zoon dood zijn. ‘Maar waarom LEEFT hij dan nog, hoe kan dat dan?’ De mist om hem heen trekt niet weg. Hans pakt zijn zoon bij de hand en probeert te lopen Het lopen gaat moeizaam maar het lukt toch. Hij voelt niet de pijn die je zou verwachten met zulke verwondingen. Toch voelt Hans pijn, maar dit is een ander soort pijn dan de pijn die hij kent. Hans sleept zichzelf en zijn zoon, die hij stevig bij zijn hand vasthoudt voort. Plotseling ziet hij door de mistflarden een paar vage figuren aankomen. Hans begint te schreeuwen. ‘Help, hier, we zijn hier!’Hans hoort geluiden, stemmen die ook om hulp roepen. ‘Hier naar toe!’, roept Hans, maar hoe hard hij ook schreeuwt en vooruit probeert te komen, het lukt gewoon niet. Het lukt niet om bij die anderen in de buurt t komen. Dikke mistflarden versluieren het mogelijke zicht. Ten einde raad houdt Hans op met zoeken en roepen. Hans probeert de netelige situatie van zichzelf en zijn zoon te overzien. ‘Als ik dood ben, waarom ben ik dan niet in de hemel, zoals ik altijd verwacht heb? Wat doe ik hier.’Hij kijkt naar zijn zoon en realiseert zich dat zijn zoon niet meer kan praten. ‘Wat hebben wij gedaan en waarom kan ik wél praten, waarom heb i nog een stem, wat is dit toch allemaal? Ik word gek. Dit kan ik niet aan.’Regelmatig klinken er stemmen en hulp geroep door de mistroostige omgeving. Hans blijft terugroepen en probeert wanhopig een manier te vinden om die anderen, die daar ook zijn, te bereiken. Na onbepaalde tijd geeft Hans de moed op om met anderen in contact te komen, anderen die hetzelfde lot schijnen te ondergaan. Hans denkt maar aan één ding:’Ik wil terug!’’
 



Rob van der Wilk


Stemmen uit een andere dimensie
Jan snurkte in zijn slaap en maakte onrustige bewegingen.
Annemarie lag wakker naast haar man in bed. Vroeger zou ze zich hieraan geërgerd hebben maar nu niet meer. Het was midden in de nacht Jan en de kinderen sliepen, alles was rustig in huis. Toch luisterde Annemarie of ze iets hoorde, niet zozeer in huis, maar in zichzelf. Annemarie hoorde stemmen in haar hoofd, of liever gezegd, één duidelijke stem, dat was Hans. Er was ook nog een ander bij Hans, maar die sprak nooit tegen haar Hans wilde daar ook niets over vertellen, ze voelde die ander meer dan dat zij hem kon horen. Annemarie had aan niemand verteld dat ze stemmen in haar hoofd hoorde. ‘Jan zou vast denken da tik gek ben.’Alles bleef rustig in huis en in haar hoofd. Er waren geen andere geluiden waarneembaar dan het tikken van de wekker. Jan werkt in de bouw en moet vroeg opstaan. ‘Ik heb het wel getroffen met Jan’, denkt Annemarie. ‘Alleen werkt hij wel veel over, of doet klusjes bij mensen aan huis.’ Het geld dat Jan extra verdiende was wel fijn, maar hij was vaak van huis weg: overdag naar zijn werk en ’s avonds of in het weekeinde aan het klussen. Annemarie was best gelukkig en de laatste paar jaar vond ze het niet meer erg dat Jan zoveel van huis was. Twee jaar geleden had ze een inzinking gehad, Ze weet nog goed dat Jan toen veel extra werk had aangenomen. ‘Ik wilde toen ook gaan werken. Ik kon een leuke baan krijgen maar Jan vond het maar niks dat ik wilde gaan werken. Wat ik ook tegen hem zei, hij vond het gewoon niet goed. ‘Ik verdien genoeg’, had hij toen gezegd. ‘Jij hebt je handen vol aan het huishouden en de kinderen.’Natuurlijk heeft hij wel gelijk, je hébt ook een dagtaak aan je gezin. Maar de manier waarop Jan dat toen tegen me zei, kan ik niet goed hebben. Jan gebruikte wel mooie woorden, maar je voelt je wel benauwd. Toen besloten was dat ik niet ging werken, werd ik ziek. Ik voelde me niet lekker. Ik kreeg maagpijn, hoofdpijn en had het erg benauwd.

Onze huisarts zei dat ik overspannen was, dat ik een inzinking had. Jan begreep er werkelijke niets van.;Ik voelde me lange tijd niet goed en moest overal om huilen. Ik had het gewoon niet meer naar mijn zin. Jan zei toen tegen me: ‘Als je straks weer bent opgeknapt en een baantje wilt zoeken, vind ik het goed.’ Maar, ik hoefde niet meer. Het ging niet om een baantje. Het ging om alles. Ik had het gevoel dat alles uitzichtloos was. Dat mijn hele leven geen zin meer had. Jan kwam met allerlei plannen: we zouden met z’n tweeën op vakantie gaan, zonder de kinderen. Dat was wel het laatste wat ik wilde, op vakantie gaan en dan ook nog zonder de kinderen. Ik knapte niet op, Jan vond dat ik me aanstelde. Ik moest maar eens met een psycholoog gaan praten, misschien dat die me kon helpen. Na een bezoek te hebben gebracht aan een psycholoog en een gesprek met onze huisarts, kreeg ik medicijnen. Ik voelde me meteen beter. Ik was niet meer zo huilerig en minder depressief. Ik leed aan depressiviteit, een gevoel dat alle dingen die je in je dagelijks leven leuk vindt, afremt. Televisieprogramma’s waar ik altijd graag naar keek, interesseerden me niet meer. Tijdschriften of een boek lezen ging ook niet meer. Ik kon me nergens meer op concentreren; nergens mijn gedachten bij houden. Jan en ik kregen steeds vaker ruzie. Zoals altijd had Jan veel werk buitenshuis te doen. Hij begreep niet wat er met mij aan de hand was. Van de kinderen had ik geen last, ik hield van mijn twee jongens. Ze wisten wel dat ik een beetje ziek was, maar ik lag niet in bed zoals andere zieke mensen. Voor hen viel het allemaal wel mee. Ik deed mijn uiterste best, ook al voelde ik me rot. Ik was zo lief mogelijk voor ze Tegenover Jan nam ik steeds meer afstand. Als hij seks met me wilde, dan had ik daar geen zin in. Alleen de gedachte al vond ik verschrikkelijk. Ik weet dat het niet goed is, maar ik kreeg gewoon een hekel aan hem. Hij probeerde mijn situatie te begrijpen, had gesprekken met de psycholoog waar ik regelmatig naar toe ging. Hij moest proberen mijn depressiviteit te begrijpen, maar eerlijk gezegd ging dat niet. Hij kon het gewoon niet. Er was toch niets aan mij te zien? Ik lag niet in mijn bed, ik voelde me alleen niet lekker in mijn leven. Jans’s houding tegenover mij veranderde daardoor, zijn vrolijkheid werd minder en zijn geruzie met mij ging gewoon door. Ik sloot me af voor de botheid van Jan. Ik vond er niets meer aan, erger nog, ik vond het hele leven niet leuk meer. Ik dacht erover na hoe het zou zijn als je dood bent. Bijna iedereen kent het bestaan van de hemel Wat zou daar van waar zijn? Zou het zo zijn dat, als je dood gaat, het leven op een ander manier doorgaat? Of zou het gewoon afgelopen zijn? Net alsof je gaat slapen: je doet je ogen dicht, valt in slaap en weet nergens meer van tot je weer waker wordt. Maar, als je werkelijk dood gaat word je niet meer wakker, dan zou het afgelopen zijn, dan is er gewoon niets meer.  Alleen rust, dan heb je rust. Ze zetten toch niet voor niets ’RUST IN VREDE’OP EEN GRAFSTEEN?’ De gedachte aan rust en overal vanaf te zijn, met niets meer rekening te moeten houden, werd steeds intenser, steeds aantrekkelijker. Haar psychische en lichamelijke vermoeidheid steeds zwaarder. Vrienden en familie die Annemarie thuis bezochten werden steeds meer een last voor haar. Iedere keer weer dezelfde vragen. ‘Voel je je wat beter? Gaat het allemaal een beetje? Lukt het met de kinderen? Zal ik je helpen opruimen? Als ik iets voor je kan doen, moet je het zeggen hoor!’ Of, ‘Kom je deze week met Jan en de kinderen langs? Dat is toch gezellig, Dan fleur je een beetje op.’Annemarie kon er niet meer tegen. ‘Ik word gek’, dacht ze, ‘ik ga hieraan kapot.’Gelukkig bleef Annemarie zich bewust van het bestaan van haar kinderen, die twee hielden haar vast.
 


Schemergebied
Hans had al lang geleden de hoop opgegeven dat de mistroostige situatie waar hij en zijn zoon zich in bevonden zou veranderen. ‘Gerda en de anderen moesten eens weten wat er met je kan gebeuren als je dood gaat.  Als ze dit wisten zouden ze wel een toontje lager zingen als ze op zondag met z’n allen in de kerk zitten. Als dit de hemel is, dan zou ik wel een willen weten hoe de hel er uit ziet. Er is allemaal niets van waar’, dacht Hans. ‘Er is hier geen enkel verschil tussen nacht en dag. Het is hier eeuwig hetzelfde.’; Hans had geen enkel besef meer van ruimte en tijd. Hans en zijn zoon bevonden zich in een schemergebied, een dimensie waar de ziel terecht kan komen. Het één hield verband met het ander. Door het plotselinge sterven van zijn lichaam was zijn ziel, evenals die van zijn zoon, letterlijk uit zijn lichaam gegooid. Niets was bepaald, niets was voorbereid. Er was niemand om hen op te halen en naar het hiernamaals te begeleiden. Hans had, mede door de daden in zijn leven, zijn zoon meegezogen in zijn erbarmelijk lot. ‘Al die anderen, die hier ook ronddolen en schreeuwen, zitten in hetzelfde schuitje als ik. Als je denkt dat je bij elkaar in de buurt bent, loop je elkaar direct weer mis.’Hans had zich aangeleerd om zijn gedachten hardop uit te spreken. Zijn zoon begreep dan tenminste nog wat hij van plan was. Zijn jongen was er nog erger aan toe dan hijzelf. Als je hier tenminste nog van enig verschil kon spreken. Zijn zoon kon niet meer praten. Hij keek alleen met betraande, treurige ogen naar zijn vader die had besloten voor eeuwig zijn hand vast te houden. De mistflarden om hen heen werden dikker en voorde zoveelste keer hoorde Hans het klagende hulpgeroep. Het had geen zin om iets terug te roepen. Je kon toch niet bij elkaar komen. ‘Hier zijn we, hier naar toe!’Riep Hans ineens impulsief. Toen gebeurde het. Vier gestalten verschenen voor Hans en zijn zoon. Plotseling stonden ze oog in oog met elkaar. Vier verwaarloosde soldaten met kapotte uniformen aan. ‘Weten jullie hoe je hier weg kan komen?’, vroeg Hans. ‘Ja’, sprak één van de jongens, ‘er doet zich af en toe een gelegenheid voor. Wij waren eerst met z’n zessen. Plotseling zagen wij door de mistflarden heen een vaag, gekleurd verschijnsel waar wij direct naar toe gingen. Twee van ons kwamen het eerst bij dat licht aan en verdwenen gewoon. Daarna was er niets meer te zien, niets.’’Er is hoop. Er is een weg terug. Ik wist het wel’, dacht Hans. ‘Er is een mogelijkheid om hier weg te komen.  We moeten bij elkaar blijven ‘, zei Hans tegen de vier jonge soldaten. Maar nog voor dat hij zijn woorden helemaal had uitgesproken kwamen er dikke misflarden over de vier erbarmelijke jongens waardoor zij uit het zicht van Hans en zijn zoon verdwenen. Hans hoorde ze nog roepen en riep onmiddellijk terug, maar er was wederom niets anders dan mist. Hans had de hand van zijn zoon geen moment losgelaten en keek zijn jongen wanhopig aan. ‘Wat moeten we toch doen, waarom helpt niemand ons toch!’Hans raakte in zijn wanhopige gedachten verzonden en sjokte moeizaam met zijn zoon dieper de mist in. Volledig afgesloten van ruimte en tijd doolde Hans verder. Tot hij iets onder zijn klamme voeten voelde. Het voelde zacht en prettig aan. Hij kon niet zien wat het was. Maar, Hans herinnerde zich vaag dat het iets met zijn vroegere levensvormen te maken had. Hans kreeg het gevoel dat hij een vrouwelijk lichaam aanraakte. Dit gevoel herinnerde hij zich nog wanneer hij vroeger tegen zijn vrouw aankroop. Hans wist meteen dat dit de mogelijkheid was om uit dit verschrikkelijke oord weg te komen. Stevig hield hij de hand van zijn zoon vast, die met verbaasde ogen naar zijn vader keek. Het heerlijke gevoel onder zijn voeten trok door heel zijn verwaarloosde lichaam heen. Een zacht, warm licht kroop over hem en zijn zoon, een warm licht waarin zij beiden volledig werden opgenomen.


 
Terry Riley

 

Hans dreef met zijn zoon door prachtige, warme kleuren, door een dimensie van warmte, licht en liefde en voelde de aanwezigheid van een warm, levend, vrouwelijk lichaam. Zacht hoorde hij een vrouwelijke stem die vroeg: ‘Zal ik ooit weer gelukkig worden?’ Hans had nog geen enkel idee waar hij en zijn zoon terecht waren gekomen. Maar alles in hem en om hem heen voelde zo goed dat hij jubelend antwoordde op de vragende, vrouwelijke stem:’Natuurlijk word je weer gelukkig.’

 

Pendelen
De stemmingen van Annemarie wisselden: ze had goede en slechte dagen. Jan raakte gewend aan de nieuwe situatie met zijn vrouw en verstopte zich in zijn werk. Annemarie dacht na over de jaren dat zij met Jan getrouwd was en voelde zich schuldig, een gevoel dat van dag tot dag in kracht toenam. De gedachte om niet meer aan het leven te willen deelnemen, bleef bij haar. Als Annemarie een goede dag had, ging ze de boel opruimen. Iets wat vroeger heel gewoon was. Vandaag had ze een zo een goed moment en ze zou de slaapkamer eens een flinke schoonmaakbeurt geven. Het was een dergelijke rommel in haar kast dat ze die eerst maar ging doen. Ze pakte haar kleren van de plank in haar kast en vond een zakje met iets erin. Nieuwsgierig maakte ze het open. Er zat een boekje in en een klein zwart doosje met gouden lettertjes erop. “Pendelen’ was de titel van het boekje, Snel bladerde ze er doorheen. ‘Leuk’, dacht Annemarie, ‘wat leuk’. Het mooie, kleine doosje deed ze gauw open. Ze zag er een koperen pendeltje aan een kettinkje in liggen. Sinds lange tijd voelde Annemarie een vrolijke spanning in zich opkomen. Een leuk, sensationeel gevoel dat ze lang niet had gekend. Annemarie nam het pendeltje in haar handen. ‘Wat een prachtig dingetje.’Ze herinnerde zich nu dat ze dit ooit van een vriendin had gekregen. Maar, Jan vond het allemaal niets. Die vond zoiets griezelig. Daarom had ze het jaren geleden in haar kast gelegd en er verder niets mee gedaan. Even werd ze boos op Jan. ‘Daar heb je weer zoiets: als ik iets wil of leuk vind en Jan wil het niet of houdt er niet van, dan mag het gewoon niet van hem. Dan moet ik er over ophouden of moet ik het wegdoen. Zo is het altijd geweest.’ Annemarie moet toch een beetje lachen om haar eigen gedachten. Ze is blij met haar gevonden pendeltje. Het pendeltje houdt ze stevig in haar hand, het voelt warm aan. ‘Hoe kan dat eigenlijk’, denkt ze, ‘hoe kan dat pendeltje nou warm aanvoelen?’Annemarie doet de gordijnen in haar slaapkamer dicht en gaat met haar pendeltje op bed liggen. Ze voelt zich sinds lange tijd prettig. Snel leest ze het boekje door en onthoudt dat ze het pendeltje aan het uiteinde van het koperen kettinkje moet vasthouden. Dan moet ze zich concentreren op een vraag die ze wil stellen. Als het pendeltje met de klok meedraait, wordt har vraag met ‘ja’ beantwoord. Draait het pendeltje tegen de wijzers van de klok in, dan is het antwoord ‘nee’. En, als het pendeltje horizontale of verticale bewegingen maakt, dan moet ze de vraag anders tellen. Natuurlijk zou het ook kunnen dat het pendeltje stil naar beneden blijft hangen. Maar, daar denkt Annemarie verder net over na en concentreert zich. Zachtjes zegt ze in zichzelf: ‘Zal ik ooit weer gelukkig worden?’Annemarie wordt overspoeld door emoties. Het pendeltje dat ze in haar rechterhand houdt, begint in mooie zwaaien met de wijzers van de klok mee te draaien. ‘Het werkt!’, denkt ze, ‘het werkt’. In een impuls laat ze het pendeltje los, waarna op het bed valt en stil blijft liggen. Annemarie trilt over haar hele lichaam. Het leek toch net alsof ze iets had gehoord. Snel stapt ze uit haar bed, gaat naar beneden, naar de keuken en maakt een kop koffie voor zichzelf. Het trillende gevoel in haar komt tot rust en terwijl ze haar koffie drinkt, denkt ze terug. ‘Ik hoorde toch een stem die zei:’Natuurlijk word je weer gelukkig.’Dat kan toch niet?  Misschien heb ik het me gewoon verbeeld. Of zou het misschien een geest zijn?’ De gedachte dat iets wat dood is, tegen haar spreekt maakt haar toch wel angstig. ‘Misschien heeft Jan toch gelijk. Hij heeft toen gezegd dat die dingen griezelig zijn. Nee, dat is onzin’, denkt ze en gaat naar haar slaapkamer waar ze het pendeltje onschuldig op het bed ziet liggen. Annemarie pakt het pendeltje vast en tegelijkertijd voelt ze de prettige warme, die van het pendeltje uitgaat, in haar hand. ‘Het is toch wel eigenaardig. Het lijkt wel een sprookje, zo dadelijk komt er nog een geest te voorschijn en mag ik drie wensen doen die dan ook in vervulling gaan.’ Annemarie was door de spanning in haar gevoelsleven de laatste tijd afgesloten voor positieve impulsen; normale indrukken om haar heen die het dagelijks leven inhoud, plezier en tevredenheid geven. Deze prikkels vonden al sinds lange tijd geen doorgang meer bij haar. Het afmattende gevoel dat daarvoor in de plaats was gekomen was een gevoel van schuld en teleurstelling. Annemarie was levensmoe wat gekenmerkt wordt door depressiviteit. Haar depressieve toestand werd niet doorbroken, waardoor het dagelijkse leven als nutteloos ervaren werd. De langdurige gedachten om niet meer aan het leven, zoals zij dat ervoer, te willen deelnemen, creëerde mogelijkheden voor andere indrukken of invloeden. Hoewel het bewustzijn van Annemarie sterk vernauwd was, zocht haar geest, haar spiritualiteit naar hulp. Er was een splitsing ontstaan. Het één was niet meer in contact met het ander. Een levensbedreigende ontwikkeling die ze in verband bracht met een wanhopige zoektocht naar innerlijke rust en die drang naar rust weer in verband bracht met niet meer willen leven. Als je niet meer leeft, dan ben je dood, en als je dood bent dan heb je rust. Annemarie had in haar depressiviteit de mees complexe gevoelens teruggebracht naar heel eenvoudig, oppervlakkig denken en voelen. Van handelen was nauwelijks nog sprake. Annemarie zag de dood als een bevrijding en had zich daardoor geopende voor andere dimensionale invloeden. Op het moment dat Annemarie in een kinderlijke vanzelfsprekendheid de pendel in haar hand nam, versterkte de emotie de functie van de pendel om als een overbrugging, een kanaal tussen verschillende dimensies te werken. Dit is een trilling van energie die uit een hulpeloze en in wanhoop verkerende vrouw was vrijgekomen en volkomen stuurloos kon worden opgevangen door een willekeurige andere energie.

 


Rob van der Wilk's Helderziende Lijn - Direct contact met de Zuiverste Mediums!

Bel: NL: 0909-8050  BE: 0903-40138

 

Suïcidaal
Annemarie doet het pendeltje in het mooie zwarte doosje terug, pakt het boekje en legt het weer op de plank in haar kast en gaat naar beneden, neemt nog een kop koffie. ‘Ik ben echt niet goed bij mijn hoofd’, denkt ze en probeert de ervaring met de pendel te vergeten. Dat lukt aardig maar de stem die ze heeft gehoord blijft haar bezighouden. ‘Ik moet weg, ik wil weg’. En, in een impuls loopt Annemarie naar haar slaapkamer waar ze in het slaapkamerkastje haar medicijnen bewaart. Ze heeft verschillende potjes met pillen; medicijnen die ze dagelijks gebruikt. Annemarie pakt alle potjes die ze heeft, loopt naar de badkamer, neemt een glas water en gooit de inhoud van de potjes in haar hand. Annemarie wil alles tegelijkertijd innemen, ze voelt niets meer, hoort niets meer en denkt aan niets anders dan dat ze die pillen allemaal ineens door moet slikken. Terwijl ze een hand met pillen naar haar mond brengt, klinkt er een dwingende stem in haar door. ‘Niet doen, wil je soms dood?’’Ja’, zegt Annemarie hardop. Hevig geschrokken vallen de pillen uit haar hand in de wasbak en op de badkamervloer. Door de schok is Annemarie ontwaakt uit haar vacuüm. Verdwaasd gaat ze op de toiletpot in de badkamer zitten. ‘Wat is dat?

Wie ben je en waar ben je?’vraagt ze hardop pratend. ‘Ik ben bij je’, zegt de stem. ‘en ik wil niet dat je zulke domme dingen doet. Je moet je niet zo laten gaan.’ Annemarie hoort zuiver iemand tegen haar praten, maar er is helemaal niemand. Ze is helemaal alleen. ‘Het is dezelfde stem die ik net hoorde met de pendel’, denkt ze. ‘Zal ik ooit weer gelukkig worden?’zegt ze in een gevoel van herhaling.’’ Natuurlijk’, zegt de stem. ‘Ik laat je nooit meer alleen.’ ‘Wie bent u?’,vraagt Annemarie. ‘Hans, ik ben Hans en je hoeft geen ’u’ tegen me te zeggen.’ ‘Waar ben je dan?’, vraagt ze. ‘Ik ben bij je, gewoon bij je’, zegt Hans. ‘Ben je soms gestuurd om mij te helpen?’, vraagt ze. Plotseling is het stil in Annemarie’s hoofd. ‘Zou Hans weg zijn, heb ik me dit dan allemaal toch verbeeld?’, vraagt ze zich af. ‘Nee’, hoort ze de stem van Hans weer, ‘ je verbeeldt je dit niet en misschien ben ik wel gestuurd om je te helpen.’’Wat ben je dan?’, vraagt  Annemarie. Ben jij soms een geest of zoiets?’, vraagt ze. ‘Zoiets’, zegt Hans. Annemarie snapt er niets meer van. Ze is helemaal niet bang voor wat haar overkomt en ruimt de pillen, die overal verspreid in de wastafel en op de vloer liggen, keurig op en bergt ze weg. ‘Hans’, vraagt ze, ‘kan jij mij ook horen als ik niet praat, als ik gewoon denk, in mijn gedachten?’ ‘Ja’, zegt de stem van Hans in haar. ‘Hans’, vraagt ze, ‘kunnen anderen jouw stem ook horen?’, vraagt Annemarie. ‘Nee’, zegt Hans, ‘Kan jij echt alles horen wat ik denk?’, vraagt ze. ‘Ja’, zegt Hans weer. Annemarie probeert haar gedachten stop te zetten, wat natuurlijk niet lukt. Ze doet net alsof er niets gebeurd is en gaat haar kinderen uit school halen. Ook maakt ze eten klaar voor Jan die dadelijk van zijn werk thuiskomt en natuurlijk weer naar een klus toe moet. Maar, op de een of andere manier voelt Annemarie zich beter dan dat ze zich in lange tijd gevoeld heeft. Ze hoort de stem van Hans niet meer en vraagt ook niets meer aan hem. Ze weet wel dat Hans er nog is. Ze heeft bedacht dat Hans een beschermengel is. Haar beschermengel. Uiteindelijk had Hans er voor gezorgd dat zij die medicijnen niet allemaal ineens ingenomen had. Daar had Hans haar toch voor behoed. Annemarie voelt zich beschermd. Voelt zich beter en maakt er verder geen punt van. In de weken die volgden knapte Annemarie behoorlijk op. Iedereen in haar omgeving zei ook dat ze er weer goed uitzag. Annemarie kreeg weer zin in het leven. Tevens was ze, in overleg met de huisarts, gestopt met de medicijnen. Annemarie bloeide op. Jan was de gelukkigste man die je je maar kunt voorstellen. Naar alles wat Annemarie zei of vroeg, werd geluisterd. En op een avond in bed, had Annemarie eindelijk het gevoel dat ze weer lekker tegen Jan aan wilde kruipen. Annemarie voelde zich behoorlijk in balans.
Aan Hans dacht ze niet meer, dat probeerde ze tenminste. Maar, Hans was echter nog steeds in haar nabijheid. Hij voelde zich heerlijk in het positieve levensritme van Annemarie. Hans was van oorsprong geen kwaaie vent. Dat hij in zijn leven, tijdens de tweede wereldoorlog, fout was geweest valt natuurlijk niet goed te praten. Maar, als Hans had moeten boeten voor zijn daden, dan was dat wel gelukt. Voorlopig was hij nog steeds in de nabijheid van Annemarie en er was geen enkele trilling in zijn energie die er over nadacht om uit haar energie te vertrekken. Terugkeren naar dat schemergebied, daar wilde Hans niet over nadenken. De wijze van bestaan van Hans werd bepaald door het gevoelsleven van Annemarie die zich weer gesterkt voelde door de aanwezigheid van Hans. Annemarie voelde zich goed en deed haar best om er verder niet te diep meer over na te denken. Hans voelde zich ook goed en deed juist zijn uiterste best om binnen haar belevingswereld te blijven. Hans bezat de mogelijkheid om zich van Annemarie los te maken, oor de lange tijd dat hij bij haar verbleef probeerde Hans dat ook wel een beetje. Als hij het contact met Annemarie losliet, veranderde zijn belevingswereld.

Hans verkeerde dan wel in een goed aanvoelende sfeer, een sfeer die heel anders was dan de verschrikkelijke mistwereld waar hij veel te lang met zijn zoon, die hij nog steeds aan zijn hand vasthield, had ervaren. Als Hans Annemarie losliet was de sfeer die hij dan binnentrad te vergelijken met het rustige gevoel dat je kunt hebben als je een gezellige lounge van een hotel binnengaat. Een gevoel of je ergens op wachtte. Alsof er elk moment iemand tevoorschijn kon komen die je allervriendelijkst vraagt om mee naar je kamer te gaan. Die geruststellende sfeer trok Hans wel aan. Maar, de traumatische ervaring van zijn sterven en de verschrikkelijke ervaringen daarna weerhielden hem om die sfeer daadwerkelijk binnen te gaan. Hans durfde gewoon niet verder te gaan, dus bleef hij bij Annemarie. Het was voor Hans alsof hij door haar ogen kon zien. Door haar gehoor kon horen. Sterker nog, Hans kon ook door haar gevoel, smaak en tastzin op een heel bijzondere manier met haar meeleven. Hans vond dat eigenlijk wel leuk. Het herinnerde hem aan zijn vroegere bestaan en het herinnerde hem vooral aan Gerda, de vrouw waarmee hij getrouwd was. Hans wist dat hij invloed had op het leven van Annemarie. Maar, om haar gevoelsleven te beïnvloeden door iets van haar te verlangen wat zij zelf niet wilde, daar was Hans niet op uit. Het lot had hen met elkaar in contact gebracht op een moment dat zij beiden in grote problemen verkeerden. Hans wist dat het niet goed was dat hij bij haar bleef. ‘Als ik die andere sfeer binnentreed’, dacht Hans, ‘dan ben ik misschien weer alleen. Het mag dan wel prettig aanvoelen, maar ik weet niet wat er dan gaat gebeuren.
 


Het hiernamaals
De maanden verstreken, Hans bleef bij Annemarie en hield zich rustig. Annemarie genoot in vele opzichten van haar leven waardoor er een zekere verflauwing bij Hans optrad, alsof hij zich tegenover haar schuldig ging voelen over zijn aanwezigheid. Hans dacht er over te vertrekken, om verder te gaan. ‘Ik moet vertrouwen hebben. Ik moet het vertrouwen hebben om die andere sfeer tegemoet te treden. Ik kan niet langer bij Annemarie blijven. Het is niet goed als ik blijf, ik moet gaan. Ik moet verder durven gaan. Ik voel dat het kan.’ ‘Hans is nerveus en realiseert zich dat hij zijn nerveuze spanning overbrengt op het gevoelsleven van Annemarie. ‘Ik moet snel zijn en niet te lang aarzelen’, denkt Hans. Hij laat Annemarie los en verbreekt het contact met haar. ‘Het spijt me, maar ik moet je alleen laten. Ik mag niet altijd bij je blijven.’Hans wordt samen met zijn zoon meegevoerd in een stroom van warmte en licht. Een heerlijke beleving waarin Hans Annemarie volledig loslaat en haar helemaal vergeet. Hans heeft zich overgegeven en is op weg naar zijn ware bestemming. Alles verandert in en om hem heen. Zijn geteisterde ziel komt tot rust. Hans is met zijn zoon in de sfeervolle ‘lounge’ aangekomen. Deze keer is alles prachtig verlicht. Er zijn prachtige mannen en vrouwen, kinderen en dieren. Hans ziet een klein poesje naar hem toekomen dat zich tegen zijn benen kromt en allerliefst begint te spinnen. Alles en iedereen is vriendelijk tegen elkaar. Hans kan zijn ogen niet geloven. Een tijger loopt rustig tussen de aanwezigen door. Hans wil het kleine poesje op pakken. Terwijl hij zich bukt naar het diertje, valt Hans bijna om van verbazing. De verlamde rechterkant van zijn lichaam is volledig intact. Zijn lichaam is volledig hersteld. De bijzondere pijn die hij al die tijd bij zich droeg is volkomen verdwenen. Dan realiseert hij zich dat hij zijn zoon niet meer aan zijn hand vastheeft. Hij kijkt naast zich en ziet zijn zoon die stralend naast hem staat. ‘Jongen, wat zie je er prachtig uit.’Hans slaat zijn armen om hem heen en drukt zijn zoon tegen zich aan. ‘Jongen, vergeef me!’
’Er vast niets te vergeven, papa.’’Je bent zo mooi mijn jongen, ‘zegt Hans, ‘en je kan weer praten!’Tranen van geluk, verdriet en berouw rollen over Hans’ wangen. Ineens ziet Hans een prachtige verschijning voor zich staan. ‘Gerda.’Hans ziet zijn inmiddels overleden echtgenoten stralend voor hem staan. ‘ Wat ben je mooi’, zegt Hans. ‘Gerda, vergeef me.’Hans zakt van verdriet in elkaar. ‘Waar bleef je toch zolang?’. Zegt Gerda. ‘Kom, zegt Gerda, ‘kom maar met me mee. Het is tijd om te vergeten.’
 


 

Hans
Annemarie voelt een nerveuze spanning in haar vrijkomen. Voelt een sterke energiegolf uit haar lichaam wegtrekken. Annemarie staat te trillen op haar benen. Snel gaat ze ergens zitten. ‘Hans’, denkt ze,’er  is iets met Hans. Ik hoor Hans.’ Vermoeid zit ze op een stoel en haar ogen vallen dicht. Ze hoort de stem van Hans. ‘Het spijt me, maar ik moet je alleen laten. Ik mag niet altijd bij je blijven.’Annemarie’s wereld stort in. Ze begint te gillen van wanhoop en verdriet. ‘Hans, waar ben je?!’ Annemarie hoort niets en voelt een grote leegte in haar. ‘Waarom is Hans weg, ik kan het niet alleen. Waarom heeft hij niets tegen me gezegd?’Annemarie komt langzaam tot zichzelf en denkt:’Waar ben ik mee bezig, ik leef en praat met een geest van iemand anders en ik vind het nog heel gewoon ook. Misschien is hij naar de hemel. Misschien bestaat er toch een hemel en is Hans daar naar toe. Of, zou ik het me toch allemaal verbeeld hebben, dat kan toch niet? Het was allemaal zo echt!’ Annemarie probeert alles van zich af te zetten. Haar dag verloopt verder redelijk Maar, van binnen heeft ze verdriet. ’s Nachts ligt ze wakker in bed, ze kan niet slapen. Jan snurkt in zijn slaap en maakt onrustige bewegingen. Vroeger zou ze zich hieraan geërgerd hebben, maar nu niet meer. Het is midden in de nacht, Jan en de kinderen slapen. Annemarie voelt een stil verdriet in haar, een verdriet dat niemand kent. Verdriet dat ze niet kan delen. Annemarie heeft het aan niemand verteld, dat ze een stem in haar hoofd hoorde. Alles is rustig in huis, toch luistert Annemarie of ze iets hoort. Er zijn geen andere geluiden waarneembaar dan het tikken van de wekker. Hans is weg. Maanden gingen voorbij en Annemarie ging door met haar leven. Jan naar zijn werk, de kinderen naar school, boodschappen doen, eten koken en ga zo maar door. Enkele jaren geleden beleefde ze dit als een verstikking, maar nu was Annemarie tevreden met haar leven. Maar de bijzondere ervaring die zij met Hans gedeeld had, liet haar niet meer los. Annemarie vond het vreemd dat er zulke dingen bestonden en vond het nog vreemder dat háár dit was overkomen. Annemarie zocht naar antwoorden, maar wie kon die geven? Annemarie had aan niemand verteld dat ze een stem had gehoord, ze wílde er wel met anderen over praten maar ze durfde niet.
Iedereen in haar omgeving was blij dat ze opgeknapt was. Zij kon toch niet zomaar met een verhaal over een geest aankomen? Annemarie kwam bij mij de praktijk binnen lopen. Nadat zij het verhaal over Hans verteld had, raakte ze al zichtbaar opgelucht. Het deed haar goed over haar bijzondere ervaringen te kunnen praten. Ik vroeg haar om Jan, haar man, ook over Hans te vertellen en samen met hem de volgende keer bij mij langs te komen. Ik stelde voor haar in hypnose te brengen om haar onderbewuste ervaringen van de afgelopen jaren opnieuw te beleven. Hierdoor zouden zij en haar man kunnen begrijpen en aanvaarden wat er zich in haar gevoels- en gedachteleven had afgespeeld. Er volgen een zevental hypnotherapeutische sessies en dieptegesprekken met Annemarie, die maandelijks met haar man mijn praktijk bezocht.  Annemarie had geluk. Het is bekend dat er anderen zijn die door stemmen in hun hoofd bezocht worden die niet vanzelf verdwijnen. Natuurlijk wil je weten waar die stemmen, die bij sommige mensen in hun hoofd zijn, vandaan komen. Een passend antwoord is er niet. Word ik geconfronteerd met mensen die stemmen horen, dan probeer ik, met hypnose in contact te treden met de stem. Vaak zijn de stemmen bang, gewoon bang, en dat geeft hoop.

 

Rob van der Wilk,  1995

 

Bronvermelding:
‘Je hoeft niet bang te zijn’ Rob van der Wilk
uitgeverij ParaVisie, 1995
ISBN: 90.5639.0023

 

Klik hier om te reageren op dit artikel in Rob van der Wilk's gastenboek!
 


Copyright © Rob van der Wilk's Paradidakt

Het auteursrecht op de teksten en merknamen gebruikt in deze publicatie behoren toe aan: Rob van der Wilk's Paradidakt - En zijn auteursrechtelijk beschermd.

Uit deze publicatie mag niets vermenigvuldigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm, opnamen, internet (World Wide Web), of op welke andere wijze ook, hetzij chemisch, electronisch, mechanisch of virtueel.


 

 

Klik hier om te reageren op dit artikel in Rob van der Wilk's gastenboek!
 

 

 
0909 8050 80 cpm

Aanwezig

In gesprek

Spiritueel keurmerk sinds 1980


Foto reading   

Nieuwe service van onze consulenten om uw consult meer mediamieke diepgang te geven. Mail voordat u uw telefonische consult  begint een foto door van u zelf of van degene waar uw vraag over gaat.   

Klik op de link 'fotoreading' die staat onder de foto van uw consulent en mail de foto gegarandeerd anoniem door.


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Medium, Helderziende, Paralijn, Paragnost, Medium angel, Helderzienden online, astrolijn, Tarot,
kaartleggen, Spirituele bellijn, Paranormaal, Helderziendheid, Waarzegster, Toekomstvoorspellen,
Voorspellingen, Online kaartleggen, Betrouwbaar medium

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Medium, Helderziende, Paralijn, Paragnost, Medium angel, Helderzienden online, astrolijn, Tarot,
kaartleggen, Spirituele bellijn, Paranormaal, Helderziendheid, Waarzegster, Toekomstvoorspellen,
Voorspellingen, Online kaartleggen, Betrouwbaar medium

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Medium, Helderziende, Paralijn, Paragnost, Medium angel, Helderzienden online, astrolijn, Tarot,
kaartleggen, Spirituele bellijn, Paranormaal, Helderziendheid, Waarzegster, Toekomstvoorspellen,
Voorspellingen, Online kaartleggen, Betrouwbaar medium